Home > Wijkactieprogramma > Welstandsnota

De Woningwet verplicht de gemeente om een eigen welstandsbeleid te formuleren. Welstandsoordelen mogen alleen gebaseerd zijn op criteria die worden genoemd in een door de gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota.

Doel van de Welstandsnota is:
het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een door de gemeenteraad vastgesteld inhoudelijk kader waarmee de rechtszekerheid voor de burger wordt gediend;
vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg, met duidelijkheid voor de initiatiefnemers;
het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering;
meer samenhang bieden in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad

Algemeen
In de Woningwet is sinds lange tijd de bepaling opgenomen dat het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd mag zijn met “redelijke eisen van welstand”.

Bij de Woningwetswijziging in 2003 is de verplichting opgenomen voor gemeenten om eigen welstandsbeleid te formuleren. Dit welstandsbeleid moet uiterlijk op 1 juli 2004 door de gemeenteraad vastgesteld zijn. Burgemeester en Wethouders en de welstandscommissie mogen hun welstandsoordeel alleen baseren op de criteria die worden genoemd in de welstandsnota. De minister heeft twee redenen gegeven waarom hij een dergelijke verplichting in de wet heeft laten opnemen. De belangrijkste daarvan is de overtuiging dat welstandscommissies op een andere manier zouden moeten gaan werken. De werkwijze moet meer transparant, toetsbaar en openbaar zijn. Een tweede reden is dat de welstandsbeoordeling steeds minder op zichzelf staat. Een gemeente voert namelijk via verschillende regelingen beleid over het aanzien van de stad. Het nieuwe welstandsbeleid kan gezien worden als een kans om hierin meer lijn te brengen. De nieuwe Woningwet gaat er dan ook van uit dat de welstandszorg geen geïsoleerde aangelegenheid is maar onderdeel uitmaakt van het integraal ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De voorliggende welstandsnota staat niet op zichzelf maar sluit aan op vastgestelde bestemmingsplannen en stedenbouwkundige plannen is daarmee onderdeel van het Utrechtse beleid dat de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente Utrecht bepaalt.

Het doel van de nota is:
het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend;
het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering;
het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg;het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad.
Wettelijk kader
In de Woningwet wordt een onderscheid gemaakt tussen regulier bouwvergunningplichtige bouwwerken en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. De gemeente kan er voor kiezen gebiedsgerichte criteria op te stellen als toetsingskader voor de regulier bouwvergunningplichtige bouwwerken. De gemeente is daarentegen verplicht om in de welstandsnota de zogenaamde sneltoetscriteria op te nemen als toetsingskader voor de licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken.

Gebiedsgerichte criteria
De gemeente mag ten behoeve van de welstandsbeoordeling gebiedsgerichte criteria opstellen zodat rekening kan worden gehouden met de beeldbepalende karakteristieken van de verschillende gebieden binnen de gemeentegrenzen. Ook kan de gemeente bepalen dat in bepaalde gebieden of voor bepaalde bouwwerken geen of minder (strenge) criteria gelden.

Sneltoetscriteria
Sneltoetscriteria zijn voorschriften voor een aantal (veel voorkomende) kleine bouwwerken die licht-bouwvergunningplichtig zijn. Deze criteria omschrijven heel concreet hoe bouwwerken er uit dienen te zien om niet strijdig te zijn met de “redelijke eisen van welstand”. Als aan deze criteria – die zich met name richten op de plaatsing, maatvoering en detaillering van een bouwwerk – wordt voldaan, behoeft het bouwplan niet meer te worden voorgelegd aan de secretaris van de Commissie Welstand en Monumenten. Hierdoor verloopt de vergunningaanvraag voor de licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken veel sneller. Als van de sneltoetscriteria wordt afgeweken, zal het bouwplan alsnog moeten worden voorgelegd aan de Commissie Welstand en Monumenten. De sneltoetscriteria maken deel uit van deze welstandsnota.

NB. Indien het bouwwerk, waarvoor een aanbouw of verbouwing gewenst is een monument betreft, zal voor het bouwwerk ook een monumentenvergunning moeten worden afgegeven. In de welstandsnota voor Utrecht is ervoor gekozen alle bouwplannen voor monumentale bouwwerken, in afwijking van de wettelijke regeling waarin deze bebouwing tenminste licht-bouwvergunningplichtig is, meteen voor te leggen aan de Commissie Welstand en Monumenten. De Commissie Welstand en Monumenten toetst het bouwplan aan de hand van de criteria uit de welstandsnota (en op monumentale waarden). Er vindt geen toetsing aan de sneltoetscriteria plaats. Aanleiding hiervoor is de gevoeligheid van de objecten als het gaat om uiterlijke vormgeving (architectuur) en stedelijke context.

Verhouding bestemmingsplan en sneltoetscriteria
Het bestemmingsplan ter plaatse bepaalt de bebouwings-mogelijkheden qua massa. Voor wat betreft situering en maatvoering blijven de sneltoetscriteria buiten toepassing als het bestemmingsplan dit zelf regelt. Deze criteria bieden dus helderheid als het bestemmingsplan daarover niets heeft geregeld en in geval van vrijstelling moet worden afgeweken van deze bepalingen in het bestemmingsplan.

Werkwijze
De Commissie Welstand en Monumenten neemt de welstandsnota als uitgangspunt voor het beoordelen van ingediende bouwplannen. Adviezen van deze commissie dienen goed gemotiveerd, schriftelijk en openbaar te zijn. Zowel de commissie als het college van B&W zullen elk jaar schriftelijk verantwoording af moeten leggen aan de gemeenteraad over het toepassen van het welstandsbeleid. Aan de hand van deze rapportages zal de gemeenteraad het beleid jaarlijks evalueren en bijstellen. Jaarlijks, omdat op die manier een goed beeld ontstaat van de consistentie in de welstandsadvisering en de nota daarnaast actueel blijft.

Excessenregeling
De Woningwet biedt het college van B&W de mogelijkheid om repressief tegen excessen op te treden. Dit geldt niet alleen voor alle bestaande gebouwen en bouwwerken waarvan voor het bouwen een bouwvergunning is verleend, maar ook voor alle bestaande gebouwen en bouwerken waarvoor geen bouwvergunning hoeft te worden aangevraagd. Er is sprake van een exces wanneer een bouwwerk of een gedeelte daarvan op overduidelijke wijze – dus ook voor niet-deskundigen – in ernstige mate in strijd is met “redelijke eisen van welstand”. Het gaat in gevallen van een exces altijd om ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving. Van ernstige ontsiering kan sprake zijn indien:
– een bouwwerk of een gedeelte daarvan in extreme staat van verwaarlozing verkeert;
– een bouwwerk of een gedeelte daarvan door het gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren en/of versieringen van de gevel, waaronder reclame, de samenhang van het straatbeeld verstoort;
– een bouwwerk zich visueel of fysiek afsluit voor zijn omgeving;
– een bouwwerk of gebouw gedeeltelijk is afgebrand;
– bij aanpassing van een bouwwerk architectonische bijzonderheden worden vernietigd dan wel ontkend;
– er kwalitatief laagwaardig materiaal is gebruikt.

Indien er door de gemeente besloten wordt tot aanschrijving zal de welstandscommissie verzocht worden het bouwwerk in een gemotiveerd advies te beoordelen op uiterlijk en plaatsing.
Wijzigingen aan een monument zijn in alle gevallen vergunning-plichtig. Bij aanschrijvingen kan zowel de schade aan het gebouw en/of aan de monumentale waarden gewogen worden als een beoordeling op welstandsgronden plaatsvinden.
Noordwest
Noordwest bestaat uit een drietal zeer verschillende wijken: Pijlsweerd, Ondiep en Zuilen. Iedere wijk heeft haar eigen unieke ontstaansgeschiedenis, beginnend vanaf het eind van de negentiende eeuw toen voor het eerst aan de buitenzijde van de singels in de binnenstad werd gebouwd. Het stratenpatroon volgde in eerste instantie de bestaande landschappelijke structuren. Een voorbeeld hiervan is de Eerste Daalsedijk in de wijk Pijlsweerd. Noordwest heeft zich daarna vanaf de binnenstad geleidelijk uitgebreid naar het noordwesten. De volgende ontwikkeling was namelijk die van het “1000-woningenplan” in Ondiep – de wijk grenzend aan Pijlsweerd – in het begin van de twintigste eeuw, ten tijde van de invoering van de Woningwet in 1901. Binnen dit plan werd ook een aantal noodprojecten gerealiseerd ten behoeve van de heersende woningnood en ter vermindering van de werkloosheid. De vele woningbouwverenigingen hebben hun stempel gedrukt op de wijk.

De wijk Zuilen is én spontaan gegroeid én planmatig gebouwd. Voor de komst van de industrie aan het Amsterdam-Rijnkanaal – het voormalig Merwedekanaal – bestond (de toen nog zelfstandige gemeente) Zuilen uit voornamelijk oude lintbebouwing langs de Vecht (Daalseweg). Pas toen de industriële activiteiten langs het Amsterdam-Rijnkanaal echt vorm kregen, werden de eerste planmatig opgezette arbeiderswijken gerealiseerd. Toen Utrecht na de oorlog ruimte nodig had voor uitbreiding van de woningvoorraad en de gemeentegrens daarom in 1954 gewijzigd werd, werd Zuilen een wijk van Utrecht. Sindsdien hebben vooral in Zuilen vele naoorlogse uitbreidingen plaatsgevonden.

De wijk Noordwest kent een enorme verscheidenheid aan buurten. In Zuilen en Ondiep wordt die “lappendeken” van buurtjes bij elkaar gehouden door de oude verbindingsroute tussen Utrecht en Amsterdam, de Amsterdamsestraatweg, en de sterke stedenbouwkundige structuur en verkeersstructuur waarvan de principes van de hand van Berlage zijn uit de periode dat hij met de stedenbouwkundige van de gemeente, Holsboer, werkte aan het uitbreidingsplan voor Utrecht.

Het goed kunnen onderscheiden van de verschillende buurten is niet alleen het gevolg van de stedenbouwkundige en architectonische opzet van deze buurten, maar is tevens het gevolg van de historische ontwikkeling en de aanwezige woningvoorraad, voornamelijk bezit van woningbouwcorporaties. Sinds halverwege de jaren negentig zijn diverse (her)ontwikkelingen in het kader van de stedelijke vernieuwing in zowel Zuilen, Ondiep en Pijlsweerd de orde van de dag.

De belangrijkste verkeersaders zijn de Amsterdamsestraatweg – tevens de belangrijkste voorzieningenas -, de Marnixlaan (als onderdeel van de stedelijke rondweg) en de “As van Berlage” uitmondend in de zogenoemde “Stemvork” (de Norbruislaan – Prins Bernhardlaan – Van Egmondkade/Van Hoornekade – Laan van Chartroise/Van der Hamkade – Omloop en Nijenoord). Daarnaast begrenst het spoor Utrecht – Amsterdam Noordwest in de lengterichting.

Een ander structuurbepalend element is de Vecht die vanaf het oude centrum van Utrecht (als Oudegracht) de wijk Noordwest ook in de lengterichting begeleidt. Kenmerkend zijn de groene uitlopers van de Vecht die ieder op een eigen manier hun stempel drukken op de wijk.
De Welstandsnota of losse delen/wijken daarvan zijn te koop bij het Informatie Centrum van de Gemeente Utrecht.

De complete Welstandsnota kost 105 euro, een los deel kost 12 euro

Bezoekadres Informatie Centrum Gemeente Utrecht
Vinkenburgstraat 26, ingang Neude, 3512 AW Utrecht

Openingstijden Informatie Centrum Gemeente Utrecht
maandag tot en met vrijdag 09.00 – 17.00 uur
donderdagavond 17.00 – 21.00 uur
zaterdag 10.00 – 13.00 uur

Postadres
postbus 16200
3500 CE Utrecht

Telefoon
030 – 286 0000

Fax
030 – 286 1011

E-mail
informatiecentrum@utrecht.nl