Home > Nieuwsberichten > Wandelen langs de vechtoevers van Zuilen met het IVN.

Zondag 8 juni werd er onder leiding van het IVN gewandeld langs de vechtoevers van Zuilen. Deze wandeling was de negende in een reeks van twaalf van de IVN Estafette ‘Stappen door de Utrechtse landschappen’. Het IVN heeft deze estafette georganiseerd  om o.a. het belang van ecologische verbindingen bij inwoners en bestuurders onder de aandacht te brengen.

Ecologische verbindingen of verbindingszones zijn stroken/gebieden bestaande en nieuw aangelegde natuur die los liggende natuurgebieden met elkaar verbinden. Het is de bedoeling vóór 2018 in Nederland een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden te hebben. Dit noemt men de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Doel is dat dieren en planten zich van het ene naar het andere leefgebied kunnen verplaatsen om zo te voorkomen dat bepaalde soorten uit onze omgeving verdwijnen en zelfs uitsterven.
Om dit voor elkaar te krijgen hebben de provincies plannen opgesteld. Zo is er voor de provincie Utrecht  een programma ecologische verbindingszones en zijn er natuurgebiedsplannen gemaakt. Het is belangrijk dat deze zones en plannen opgenomen worden in gebiedsgerichte projecten  op provinciaal en lokaal niveau om ze ook daadwerkelijk uit te voeren. Ook moet men delen van ecologische verbindingszones die buiten de natuurgebiedsplannen vallen proberen op te nemen in gebiedsgerichte projecten.

 

Het gebied waardoor de wandeling van het IVN liep, is onderdeel van een ecologische verbindingszone, namelijk die van de Vecht en valt onder het natuurgebiedsplan Vecht- en Plassengebied. Vanaf het poortgebouw van Slot Zuilen ging verschillende groepen op pad. Route: via de wethouder Plomp brug door park Groenhoven en Vechtoeverpark naar de J.M. de Muinck Keizerbrug, aan de andere kant van de brug via het kleibos weer terug naar Slot Zuilen, of andersom.

In de omgeving van het Slot en park Groenhoven komen veel stinzenplanten voor. Dit zijn sierplanten die verwilderd zijn en vroeger ingevoerd werden vanuit het buitenland door de adel om de tuinen en landgoederen bij hun kastelen en landhuizen te verfraaien. Het zijn vooral bol- en knolgewassen die in het vroege voorjaar bloeien zoals het sneeuwklokje, bosanemoon, wilde hyacint, holwortel en vogelmelk.
In de berm tussen de oprijlaan en de slotgracht staan drie planten die de moeite waard zijn om te noemen, namelijk hemelsleutel (een vetplant), kraailook (fam. van de ui) en echte valeriaan.  Leuk maar niet bijzonder is look-zonder-look. De plant ruikt heel sterk naar knoflook als je de blaadjes fijn  wrijft maar is geen familie van de ui. Vandaar de naam look zonder look.

In de watergeul langs park Groenhoven is aan de kant van de wei een raster geplaatst.  Men wil daar op den duur een meer gevarieerde oeverbeplanting krijgen. Het raster houdt zaden vast die daar gaan groeien. De stroomsnelheid neemt af tussen de oorspronkelijke oever en het raster. Het water wordt ondieper en warmt sneller op. Het milieu verandert en andere planten en dieren zullen zich vestigen.
Enkele jaren geleden was de wei  alleen te  bereiken via de Daalseweg. Tegenwoordig kan je via park Groenhoven (gemeente Maarssen) er rechtstreeks naar toe wandelen. Het hek op de gemeente grens is niet langer gesloten, mede op aandringen van de adviesgroep Vechtoever. De adviesgroep heeft er ook voor gezorgd dat het wandelpad door de weide  niet vlak langs de vecht loopt. Nu kunnen vogels ongestoord broeden langs de vechtoever.
Vroeger was het gebied een weiland. In het kader van het programma ecologische verbindingszones is dit weiland en trouwens ook de rest van de Vechtoever tot aan de Marnixbrug  in 2001  omgevormd tot ‘nieuwe natuur’.  Helaas her en der onderbroken door oa. woningbouw, een brug en een nog te ontwikkelen locatie die een barrière vormen in de ecologische verbinding. Onderdeel van de ‘nieuwe natuur’ zijn een aantal aangelegde moeraszones/amfibieënpoelen waar kikkers, salamanders ed. kunnen verblijven. Op het moment zitten er veel jonge kikkers en libellen.

Om op den duur een interessantere  soortenrijkdom aan planten in het gebied te krijgen is de bovenste laag grond verwijderd, vanwege de hoge bemestingsgraad. De planten die in de weide staan zijn ingezaaid zijn nog altijd kenmerkend voor een voedselrijk milieu. Planten die op voedselrijke grond groeien zijn bv. Pitrus en blauwgroene rus. Als je de stengel van pitrus open maakt zit er een sponsachtig merg in wat vroeger gebruikt werd als lampenpit in olielampjes met schapenvet.
Andere planten die je hier tegenkomt zijn bv.  magriet, wilgenroosje, boerenwormkruid, koekoeksbloem, beemdooievaarsbek,verschillende soorten grassen en klaver, enz. Grote- en smalle weegbree vind je langs het wandelpad. Dat is niet zo verwonderlijk; het is een echte tredplant. Hij kan goed tegen betreding en het zaad wordt verspreid door oa. schoenzolen.
Een nieuwkomer is oranje havikskruid. Het zaad (pluis) van deze plant wordt verspreid via de lucht, is hier in de wei terecht gekomen en heeft kans gezien te kiemen..
Op de kop van de weide richting de eerste huizen aan de Daalseweg is een nieuwe boomgaard aangeplant. Er staan diverse fruit- en notenbomen.
 
Men laat het gebied z’n gang gaan. Een keer per jaar wordt er gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd zodat de grond langzaam verarmd. Sommige plantsoorten zullen verdwijnen en andere doen er hun intrede. Op den duur ontstaat er een evenwicht.

Tijdens de wandeling zijn er door de waterwerkgroep van het IVN watermonsters genomen uit de vecht. Aan de verschillende soorten dieren die in het water zitten kun je zien of het water van goede of slechte kwaliteit is. De kwaliteit van het water viel tegen; er zaten weinig diertjes in de monsters. Dat kan komen doordat er in de buurt gebaggerd wordt. Het slib van de vecht is behoorlijk vervuild en komt voor een deel weer in het water. Waterdiertjes die men aantrof waren o.a. de zoetwatergarnaal en de Amerikaanse zoetwaterkreeft. Europese zoetwaterkreeften zijn zo goed als uitgestorven door de kreeftenpest. Met de introductie van de Amerikaanse kreeft in Europa kwam ook de kreeftenpest mee. Dit is een dodelijke schimmelziekte waar de amerikaanse kreeft drager van is maar het zelf niet kan krijgen. De Amerikaanse rivierkreeft worden ongeveer 15 centimeter.

De moeite waard is om langs de oever te lopen bij het in 1999 opgeleverde nieuwbouwproject Vechtoever, nabij het voormalig gemeentehuis van Zuilen en de Springertuin. De drie-onder-eenkap blokken staan in openbaar groen. Het gevoel een privétuin in te lopen en bewoners die dat gevoel kunnen versterken moet je even opzij zetten. Je ziet hier aan de oever verschillende soorten libellen waaronder de weidebeekjuffer.

Bij de J.M. De Muinck Keizerbrug wordt de natuurlijk aangelegde vechtoever onderbroken door de  onderdoorgang. Vooral kleine dieren zoals de muis en egel vinden het niet prettig zo’n ‘kale vlakte’ over te steken. Bovendien rijden er auto’s, fietsen ed. Daarom is er een zogenaamde faunapassage aangelegd in de vorm van keien. De dieren kunnen zich nu via de keien onder de brug door verplaatsen en bescherming zoeken als dat nodig is.

Aan de andere kant van de vecht  in Natuurgebied Zuilen ligt een bijzonder stukje bos. Het werd aan het begin van de vorige eeuw al beschreven door Jac. P. Thijsse, een Amsterdamse onderwijzer die zorgde dat er meer belangstelling ontstond voor de natuur in Nederland. De meeste bossen in Nederland bevinden zich op zandgrond. Dit bos is een rivierkleibos en je vind hier de typische begroeing voor de zo voedselrijke rivierklei, waaronder de es, iep, meidoorn eik en esdoorn. In het voorjaar bloeien hier veel stinzenplanten Als onderbegroeing bloeit er op het moment o.a. look-zonder-look, klein springzaad en  bosandoorn. Dit laatste plantje is voor dit gebied toch wel bijzonder.

Paul Schröder van GroenLinks, wethouder van o.a. Natuur en Milieu bij de gemeente Maarssen, die  mee liep met de wandeling, gaf aan dat het belangrijk is een groene buffer tussen de gemeente Utrecht en Maarssen te behouden. Misschien kunnen de gemeentes afspraken maken in de vorm van een landschapsontwikkelingsplan. Zo’n plan bestaat ook voor de gemeente Maarssen en Breukelen.

Uit het bovenstaande blijkt dat we in Utrecht Noord en omgeving nog best wat ‘natuur’ hebben en dat de intentie er is om het te behouden, te verbeteren en uit te breiden. Laat dat in de toekomst ook zo blijven. Het gebied tussen Maarssen en Utrecht wordt steeds intensiever gebruikt door fietsers, wandelaars en sporters. Als het maar even wat beter weer is, het hele jaar door, trekken veel mensen erop uit om te genieten van het gebied en is het zelfs druk te noemen. Die ‘natuur’ is dus echt nodig.

Kijk voor foto’s van de wandeling op: http://gtelkamp.jalbum.net/IVN%20Vechtoeverwandeling%208-6-08/