Home > Nieuwsberichten > Sik heeft laatste rustplaats gevonden op geboorte grond.

Onder grote belangstelling is op 4 juli 2008 door de bijna 100 jarige Ir.J.van Zwet een plaketten onthuld bij de “Oude Sik” de bij naam van een rangeer locomotief gebouwd door Werkspoor. Deze locomotief word gezien als een monument ter herinnering aan Werkspoor dat tientallen jaren de grootste werkgever in Zuilen was en is een prachtige aanwinst voor de buurt. De grootste werkgever van Zuilen krijgt daarmee alsnog zijn eigen monument. De Sik staat bij het recent geopende station Zuilen waar dagelijks nieuwerwets en snel materieel langs raast (en geregeld maar incidenteel ook stopt).

De locomotief, die vanwege z’n mekkerende geitgeluid de bijnaam de Sik kreeg, is een herinnering aan de treinen- en wagonfabriek Werkspoor die bijna zestig jaar in Zuilen gevestigd is geweest. Hij kon maar 60 km/uur, maar dat is genoeg voor een rangeertrein, er zijn er 169 van gebouwd tussen 1934 en 1951. Er zijn, na een aantal prototypes, twee series geproduceerd: de Oersik genoemde serie 103-152 (1930-1932) en de sterkere, dieselelektrische serie 201-369 (1934-1940, 1949-1951). Tussen 1934 en 1940, net voor het uitbreken van de tweede wereld oorlog, waren er 121 locomotieven in dienst, met de serienummers 201 t/m 321. Na de tweede wereldoorlog heeft de NS in 1949 besloten de serie verder uit te breiden met 48 stuks. 

De rangeerlocomotief bij station Zuilen werd in 1950 gebouwd. Dat gebeurde in twee delen: het onderstel in Utrecht (Zuilen) en de opbouw bij Werkspoor-Amsterdam.

De rangeerlocomotief is al een aantal jaar met pensioen, maar voor zijn laatste stop arriveerde hij bij zijn eindstation op station Zuilen aan de Cartesiusweg. De locomotief staat er nu op een bed van keien, dwarsliggers en rails op een plek die niet ver weg ligt van waar ooit het rangeerterrein overging in het terrein van Werkspoor. Een prachtige  plek dus voor een mooie herinnering.

Duizenden, zo niet honderdduizenden goederenwagons moet deze ’Sik 335’ in zijn werkzame leven op zijn plek hebben gezet. De bouwer van spoorwegmaterieel en bruggen zocht bijna honderd jaar geleden een nieuwe locatie en vestigde zich tot 1970 in het gebied dat nu bekend staat als industrieterrein Cartesiusweg, achter het Julianapark.

De vestiging droeg een flink steentje bij aan de bouw van meer dan honderd locomotors van het type 335.

Begin 2007 werd redding gezocht voor een oude rangeerlocomotief die op de nominatie stond om gesloopt te worden. Het idee was snel geboren om deze op een markante plek bij zijn geboortegrond in Zuilen te plaatsen. Het idee werd gesteund door de gemeente Utrecht. Voor transport, aanpassing en plaatsing werd contact gezocht met Strukton. Zij boden aan deze taken op zich te nemen. Met een kraan, waarvan je je als leek afvraagt ‘kan die dat wel tillen’ is de Sik op zijn plek gezet.  Toen de ‘Sik’ eenmaal geplaatst was, is hij geverfd in zijn oorspronkelijke kleuren.

De sik is officieel als inwoner van Zuilen begroet door wethouder Giesberts.

Historie
In de jaren 30 van de vorige eeuw ontstond de behoefte aan een kleine en snel beschikbare locomotief voor rangeerwerk. Omdat stoomlocomotieven alleen aanwezig waren op grotere stations was het lastig om op kleinere stations rangeerbewegingen uit te voeren. Er was hier echter wel behoefte aan, maar het was economisch onverantwoord dit te doen. Hiervoor was een locomotor beter geschikt. Ook was deze gemakkelijker te bedienen, waarop dan een goedkopere rangeerder kon worden ingezet.

De machines kregen, door het mekkerende geluid van de fluit, al snel de bijnaam Sik. De serie 100 kreeg de bijnaam Oersik.

Na een tweetal prototypes is de eerste serie locomotoren ontstaan, de serie 100. Deze serie telde 49 stuks. Deze locomotoren beschikten over een benzinemotor en werden bediend vanaf de treeplank.

Proeflocomotor 101
In 1927 richtte de NS zich tot de locomotieffabriek L. Schwartzkopff in Berlijn, die locomotor 101 bouwde. De locomotor kreeg nummer 101 en had een degelijke constructie.

Proeflocomotor 102
Twee jaar later werd er nog een locomotor gebouwd. Deze had een grotere radstand en een afdakje voor de rangeerder. Ook had deze locomotor een sterkere benzinemotor van 50 pk. Deze loc heeft dienstgedaan bij de NS van 1929 tot 1938 en van 1944 tot 1947.

Serie 103-152
Omdat men tevreden was over de 102 werd een serie van 17 stuks besteld bij Berliner Maschinebau A.G. in Berlijn. Deze 17 werden in 1930 gebouwd. Een jaar later werden nogmaals 11 stuks gebouwd, ditmaal door Werkspoor. In 1932 bouwde deze onderneming nogmaals 22 locomotoren, die een sterkere motor hadden. Na de instroom van de nieuwere locomotoren uit de 200- en 300-serie werden deze locomotoren minder gebruikt. Ze werden de laatste jaren vooral gebruikt voor seizoensgebonden rangeerwerk, zoals het verplaatsen van bietenwagens. In 1948 ging de laatste buiten dienst.

Serie 201-369
Na enkele jaren is besloten om een grotere en sterkere versie van deze locomotoren met diesel-electische aandrijving te laten bouwen, zodat ook meerdere goederenwagons tegelijk over langere afstand naar depotstations gebracht konden worden. Ze werden gebouwd bij Werkspoor, voorzien van Stork Ganz Jendressik dieselmotoren en Heemaf of Smit electrische uitrusting. De serie 201-369 is de grotere en sterkere uitvoering van de locomotor. Zij werden in dienst gesteld tussen 1934 en 1951. Aanvankelijk waren zij groen geschilderd, vanaf de jaren zeventig werd dit de NS-huisstijl geel-grijs. Anno 2008 zijn vrijwel alle locomotoren buiten gebruik gesteld omdat ze volgens de ARBO-normen onveilig zouden zijn, wegens het ontbreken van een goede dodemansinstallatie. Er zijn nog wel de nodige exemplaren bij museumorganisaties in gebruik.

Technische gegevens serie 200-300:
*Motorvermogen 72 pk
*Max. snelheid 60 km/u
*Aanzet-trekkracht 5000 kg
*Lengte over de buffers 7,2 m
*Gewicht 21 ton
*Hoor de trein hier rijden! (
Klik hier!)