Home > Nieuwsberichten > 4 mei herdenking
4 mei 1
4 mei 1Ieder jaar op 4 mei valt er twee minuten stilte over Nederland. Allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden, of waar ook ter wereld, zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesmissies worden dan officieel herdacht. De kracht van de officiële herdenking ligt in het feit dat er publiekelijk uiting wordt gegeven aan het gevoel van respect voor mensen die het slachtoffer werden van oorlog en onvrijheid. Vele organisaties staan voor een veelheid aan ervaringen in en na de Tweede Wereldoorlog: verzetsmensen, slachtoffers van concentratiekampen en internering, burgerslachtoffers en militairen. Veel van deze ervaringen vinden hun uitdrukking in een van de meer dan 2000 oorlogsmonumenten die inmiddels overal in Nederland zijn opgericht. Daarnaast hebben alle betrokkenen hun eigen verhaal over wat de oorlog met hen deed. Ze denken aan familie, vrienden, strijdmakkers tijdens die twee minuten stilte, of tijdens de verschillende herdenkingen die op andere tijdstippen worden georganiseerd. Elk jaar is op 4 mei om 20:00 dan ook een drukte van belang op het prins Bernhardplein.

Het gezamenlijk herdenken van de oorlog kan ordenend en helend werken. Mensen herdenken op verschillende momenten en op uiteenlopende wijzen. Officiële herdenkingen zijn momenten van samenzijn om gezamenlijk de doden te eren, het verdriet te delen en dat een plek te geven in het leven van nu. Ieder individu heeft ook zijn persoonlijke manier van herdenken: voor de een werkt samenzijn met lotgenoten helend, terwijl voor de ander de stilte, een bloem, het geluid van een zingende vogel voldoende is. Voor de een is het belangrijk om terug te gaan naar de plaats waar dierbaren zijn omgekomen. Een ander wil vooral met de brede gemeenschap waar hij of zij nu deel van uitmaakt stilstaan bij het verleden. Door het moment gezamenlijk te beleven tijdens de twee minuten stilte, is de herdenking ook een bemoediging voor de nabestaanden van de slachtoffers en voor hen die bereid zijn hun leven te geven voor de vrede en de vrijheid.

4 mei 2Uit veel verhalen blijkt hoe belangrijk de organisaties van oorlogsbetrokkenen zijn voor de onderlinge steun van lotgenoten, belangenbehartiging. De eerste verenigingen en comités van het voormalig verzet ontstonden al in 1945. Vanaf de jaren zestig zijn er verschillende vriendenkringen ontstaan om de herinnering aan de voormalige Duitse concentratiekampen levendig te houden en het onderlinge contact tussen oud-gevangenen te stimuleren. Eind jaren zestig ontstaan ook organisaties die zich bezighouden met het lot van de uit Indië teruggekeerde kampoverlevenden. Het is opvallend dat aan het begin van de jaren zeventig zowel bij overlevenden van de oorlog in Indië als die van de oorlog in Europa de herinneringen aan de oorlog plotseling opkwamen. Sinds die tijd is het aantal organisaties en groepen zich blijven uitbreiden. In de jaren tachtig kwamen daar de organisaties voor de naoorlogse generatie bij: allereerst kinderen van ouders die de kant van het nationaal-socialisme hadden gekozen, dan Bevrijdingskinderen en kinderen van verzetsdeelnemers en kampoverlevenden. Anders ligt de situatie bij de militairen: aangezien militairen verliezen kunnen lijden in een oorlog, bestaat er een lange traditie de namen niet te vergeten. De verschillende krijgsmachtonderdelen herdenken hun doden. Veteranenorganisaties geven materiële en immateriële steun aan oud-soldaten en hun nabestaanden. 

 
4 mei 3Het ‘Monument voor Zuilense Gevallenen’ is een bakstenen gedenkmuur met in het midden een zuil. De zuil wordt bekroond door een stalen schaal met een gebeeldhouwde vlam. Voor de muur staan op een halfrond zwart tufstenen plateau twee wit natuurstenen beelden van een mannen- en een vrouwenfiguur in klassieke stijl. In de muur zijn twee schilden van witte natuursteen gemetseld. De gedenkmuur is 16 meter 50 breed.  Het ‘Monument voor Zuilense Gevallenen’ in Utrecht is opgericht ter nagedachtenis aan zeventien inwoners van de Utrechtse wijk Zuilen, die tijdens de bezettingsjaren door oorlogsgeweld zijn omgekomen. Het monument is onthuld in 1949. Oorspronkelijk stond het gedenkteken aan de J.M. de Muinck Keizerlaan, maar bij de aanleg van de nieuwe brug over de Vecht is het verplaatst naar het plantsoen op het Prins Bernhardplein.


De tekst op het plateau luidt:’1940 – 1945′.

De tekst op het rechter schild is een gedicht van Muus Jacobse:
‘GOD DOE ONS DAN DIT WETEN:
WAT VOORBIJGING AAN NOOD EN LEED
IS NIET VERGEEFS GEWEEST
OMDAT UW MARTELAARS HIER OVERWONNEN
EN MET HUN BLOED DE BODEM IS GEWIJD’.

Op het linker schild zijn de namen van zeventien oorlogsslachtoffers uit Zuilen aangebracht.

De mannen- en vrouwenfiguur beelden liefde en vrijheidszin uit. De mannenfiguur heeft een palmtak in zijn hand als teken van vrede. Aan zijn voeten zit een heraldisch vormgegeven leeuw. De vrouwenfiguur heeft een rijk versierde urn bij zich; een symbool van dood en rouw. 
In 1994 is een gedenksteen voor de omgekomen werknemers van Werkspoor aan het monument toegevoegd. Het monument is geplaatst in het plantsoen aan het Prins Bernhardplein in de Utrechtse wijk Zuilen aan het Prins Bernhardplein.De onthulling was in 1949

De ontwerper is Wilhelmus C. van Hoorn (architect), Johannes W. Uiterwaal (beeldhouwer).

Informatie afkomstig uit de publicatie: Oorlogsmonumenten in de Provincie Utrecht van Ingrid van Beuzekom, Roland Blijdenstijn en Rob van Olderen. Stichtse Monumenten Reeks (Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995). ISBN 90 5345 062 9